04 augustus 2016

‘Ooit wil ik nog in een James Bondfilm staan’

MIDDELRODE – Hij speelde in een indrukwekkende lijst van films, televisieseries en videoclips. Het Schaap, Ramses, Heer en Meester, Dokter Tinus, The Emperor, Danni Lewinski, Knielen op een bed violen, Michiel de Ruyter, Moordvrouw, het is maar een hele kleine greep uit de indrukwekkende rij producties waarin hij acteerde. Toch is Toon van Bruggen (69) uit Middelrode geen bekende Nederlander. Hij is namelijk figurant. “Het is pure hobby, maar het is heerlijk om te doen.”

Als acteur mag je Toon een laatbloeier noemen. Na een werkend leven als onder meer vrachtwagenchauffeur ging hij in 2008 met pensioen. “Dat thuis zitten vond ik maar niks. Ik moet wat te doen hebben. Zo kwam ik op het idee om regelmatig in het publiek bij televisieprogramma’s te gaan zitten”, herinnert hij zich. Hij werd een min of meer vaste gast bij mensen als Carlo Boszhard. Bij een van die uitzendingen raakt hij in gesprek met de crew. Figurant worden, dat zou best iets voor hem kunnen zijn. Toon nam het advies ter harte en schreef zich in bij een aantal castingbureaus.
Met resultaat. Zijn eerste klus was Dokter Tinus. Hij liep als arts door een gang en moest tegen Thom Hoffman aanbotsen. Het was het begin van een voor een figurant imposante carrière. Al gauw twee keer in de week moet Toon tegenwoordig opdraven voor opnames. Soms op de gekste tijden. Zo moest hij zich op de dinsdag na dit interview om 5 uur ’s morgens melden bij het Rijks Museum in Amsterdam voor opnames die tot 11.00 uur zullen duren. Wat voor rol hij krijgt, weet hij zoals altijd niet. Je voorbereiden is dus onmogelijk.
“Normaal gesproken verschijn je ergens en dan zie je wel wat je doen moet”, beschrijft Toon. Voor de Amerikaanse film The Hitman’s Bodygard moest hij bijvoorbeeld op een bankje zitten, terwijl er vlakbij hem een flinke schietpartij was. “Ik dook naar achteren. Ze schoten natuurlijk met losse flodders, maar de hulzen die tegen mijn arm kwamen waren dus wel best heet”, herinnert hij zich. Maar het kan ook zijn dat er pakweg honderd figuranten zijn die niet meer hoeven te doen dan in een trein te stappen. Hoewel het bij die scène iets anders liep. “Ik werd eruit gepikt en moest de hoofdconducteur spelen.”
Dat is iets wat Toon vaker overkomt: hij wordt uit de groep gehaald en krijgt een net iets opvallender rol. “Dan hoor ik mijn collega’s zeggen: ‘hij weer’. Ik weet zelf ook niet wat dat is. Mensen zeggen dat ik een karakterkop heb en een groot inlevingsvermogen. Voor de groep wees Gijs Scholten van Aschat mij eens aan. ‘Die man kan alles spelen’, zei hij. Aan de ene kant was ik even helemaal in de wolken, maar ik voelde me ook heel opgelaten tegenover de anderen.”
Toch zit er wel een kern van waarheid in die opmerking. Van priester tot kardinaal, van middeleeuws marktkoopman tot officier van justitie, Toon speelde het allemaal. Zijn mooiste rol? “Dat was in The Emperor, over keizer Karel de Vijfde. Mijn scene werd opgenomen in een smal straatje in Gent. Er kwamen zestien paarden met een Italiaans stuntteam langs ‘mijn’ kraampje razen, mijn koopwaar vloog door de lucht. Veel mensen die erin meespeelden praten nog met heimwee over de film.”
Ondertussen heeft Toon met een scala aan acteurs de set gedeeld. Van Thom Hoffman tot Wendy van Dijk, Van Porgy Franssen tot Jack Wouterse. Met wie niet eigenlijk? Als het even kan, probeert Toon met ze op de foto te gaan. Vaak lukt dat. “Je moet alleen het moment weten te kiezen. Zorg ervoor dat de acteur tijd heeft en niet bijvoorbeeld zijn rol aan het leren is. En andere figuranten moeten het niet kunnen zien, want dan willen ze ineens allemaal.” Zoals in elke beroepsgroep zijn er mensen die je meer en minder liggen. “Pierre Bokma bijvoorbeeld vind ik moeilijk benaderbaar. Maar Johnny de Mol en Wendy van Dijk zijn heel aardig. Loes Luca is echt een schatje. Zij kwam op mij af om op de foto te gaan. Heel apart, een acteur die zelf komt.” Zenuwachtig tegenover al die bekende namen is hij nooit. “Ook niet als de camera’s draaien. Ik zie die niet eens meer.”
Voor een figurantenrol staat een kleine vergoeding. Een vrijkaartje zit er meestal niet in. Heel wat van zijn eigen films heeft Toon daarom zelf nooit bekeken. “Dan hoor je later van iemand dat die je op televisie of in de bioscoop heeft gezien. Zelf heb ik dan geen idee wat ervan geworden is.” Wat hij wel zag, was een rol die voor anderen onbekend bleef. Toon verschijnt regelmatig in reconstructies bij Opsporing Verzocht, meestal als slachtoffer. “Er was weer zo’n fragment waarbij ik helemaal in elkaar geslagen werd. Dit keer liet de crew me zien hoe ik was geschminkt. Ik schrok er zelf van. Maar het filmpje is nooit uitgezonden omdat de dader nog diezelfde dag gepakt werd.”

Al heeft Toon al in veel films gespeeld, iets te wensen blijft er altijd. “Zo wilde ik lang graag een keer in een zombie-film spelen. Deze maand gaat het gebeuren”, vertelt hij trots. Maar het allerhoogste dat hij als figurant hoopt te bereiken? “Ooit wil ik nog in een James Bondfilm staan. Wie niet waagt, niet wint. Dus ik heb er al eens een producent aangeschreven. Ik kreeg de mededeling terug dat ik de verkeerde maatschappij benaderd had. Toen ik wel de goede te pakken had, kreeg ik te horen dat de opnames in Europa waren al geweest. Volgende keer probeer ik het weer. En dan vind ik het niet erg als ik er op toe moet leggen.”

‘Die man kan alles spelen’, zei Gijs Scholten van Aschat

Foto's:


0000