01 september 2019

Enthousiaste archeologen in de dop

GEMONDE – Of ze al iets gevonden hebben? “Nou en of”, zeggen Sjef van Grinsven en Finn van Uden in koor. “Een scherf van duizend jaar oud.” De Gemondse kinderen zijn twee van de ongeveer honderd deelnemers aan ‘Gemonde graaft geschiedenis’, het archeologisch project dat afgelopen weekeinde zijn ontknoping beleefde. Op zo’n veertig plekken in het dorp werd gegraven, op zoek naar sporen van vroeger.

Door Wim Poels

Als een van de kinderen aan de rand van kuil begint te schrapen grijpt de Amsterdamse archeologiestudente Emma van de Goot even in. “Je moet voorzichtig in de bodem graven”, legt ze uit. “Dat is de oudste laag. Als er van de zijkant een scherf naar beneden valt weet je niet hoe hoog hij zat en denk je dat hij veel ouder is.”
Even later laat ze zien hoe de grond is opgebouwd uit verschillende laagjes. Aan een zwarte laag kun je bijvoorbeeld zien dat het landbouwgrond zou kunnen zijn, waar gemest is. En ook legt ze uit dat het doen van een vondst nog niet alles is. Fase twee is de interpretatie: hoe komt die scherf daar, wat is er vroeger gebeurd? “Iemand heeft een vaas laten vallen”, klinkt het.

Kans grijpen

De Universiteit van Amsterdam biedt dorpen de gelegenheid om de eigen bevolking onder begeleiding van professionele archeologen te laten graven. “Voor een archeoloog is er in Gemonde normaal gesproken niet zo veel te doen”, weet Jan van Leeuwen van de werkgroep Archeologie van de Gemondse heemkundekring De Hogert. Als amateur mag hij niet ‘zomaar’ gaan graven. Alleen bij nieuwbouwproject is het maken van proefsleuven verplicht, maar er wordt nu eenmaal niet zo veel gebouwd in Gemonde. “Als je de kans krijgt, moet je die dus met beide handen aangrijpen”, aldus Van Leeuwen.
Al op de jaarmarkt ging De Hogert op zoek naar deelnemers en naar mensen die een locatie ter beschikking wilden stellen. “In het begin hoopte ik op zestig deelnemers. Dan zouden we er meer hebben dan Liempde. Later hoopte ik op tachtig. Maar het werden er meer. Vandaag meldde zich nog iemand en daarmee was de honderd bereikt.” Daar zijn overigens ook de nodige buitendorpsen bij.
Het gaat daarbij vooral om kinderen en begeleiders, vaak hun ouders of grootouders. Waarom het project in Gemonde kennelijk meer leeft dan in vergelijkbare dorpen, is voor Van Leeuwen ook een beetje gissen. “Het dorp heeft zijn oorspronkelijke karakter gehouden. Ik denk dat het erfgoed leeft.”

Nieuw bloed

Heemkundekringlid Rien van Houtum stelde zijn tuin, in de buurt van de oude begraafplaats De Hogert, ter beschikking voor een proefopgraving. Maar wel in de achtertuin, want dat het gazon daar beschadigd raakt vindt hij niet zo erg. Vroeger stond er een kerk bij de begraafplaats en een mogelijke theorie is dat het dorp verplaatst is. Toch verwacht Rien niet zo veel van de opgraving, hij is er van overtuigd dat er pas vanaf ongeveer 1880 bewoning is op het terrein. Belangrijkste reden voor hem om zijn tuin ter beschikking te stellen is kinderen te interesseren voor het erfgoed. “Want wij worden ook ouder en de heemkundekring kan best nieuw bloed gebruiken”, stelt hij vast.
Begeleider Gerard van Kaathoven, fanatiek heemkundige, zegt iets soortgelijks. “Ik kan me mijn eerste vondst nog heel goed herinneren. Die blijft je je leven bij.” Gezien het enthousiasme van Finn en Sjef zou dat voor hen ook best kunnen gelden.
In de tuin van Rien zijn zondagmiddag alleen wat scherven gevonden. Op andere plekken kwamen bijvoorbeeld ook munten naar boven. Alle vondsten worden verzameld en dan wordt gekeken of er plekken geschikt zijn voor vervolgonderzoek.

Kinderen en begeleiders kijken toe als Emma bepaalt of er iets interessants gevonden is

Foto's:


0