
Inwoners spreken zich uit over vluchtelingenopvang
NieuwsBERLICUM - De commotie begin dit jaar in Berlicum vanwege de mogelijke komst van een azc zorgt tot op de dag van vandaag nog steeds voor veel beroering in de gemeente. Het was niet alleen rumoer en ongeregeldheden rond infoavonden en gemeenteraadsvergaderingen, maar zorgde ook voor spanningen binnen het dorp en de gemeente tussen bewoners met verschillende inzichten en gevoelens over dit onderwerp.
Om alles wat meer in beeld te krijgen en om inwoners de kans te geven zich te laten horen besloot de gemeente om een onderzoek te laten verrichten en een film te laten maken over dit onderwerp. De première van de film is op 28 januari, maar het onderzoek is inmiddels voltooid.
Alle circa twaalfduizend huishoudens in de gemeente ontvingen een uitnodiging om deel te nemen met een vragenlijst. In totaal vulden ruim 2.000 inwoners de enquête in. Hiervan deden 1.114 mensen mee aan een zogenoemd gesloten onderzoek met unieke codes, bedoeld om de resultaten representatief te houden. Daarnaast vulden 952 inwoners vrijwillig de open versie in. Met ruim 30.000 inwoners in de gemeente spreekt hoofdonderzoeker Mark Beumer van Populytics van “een opvallend hoge respons” vergeleken met andere gemeenten.
Uit de resultaten blijkt dat 55 procent van de deelnemers ‘negatief’ of ‘licht negatief’ tegenover vluchtelingen staat. Hoger dan het landelijke percentage, dat op op 39 procent ligt. 17 procent van de respondenten noemt zichzelf neutraal, 28 procent licht positief of positief.
De kritische houding hangt volgens het onderzoek samen met beperkt vertrouwen in de lokale politiek. Veel inwoners voelen zich niet altijd gehoord. Tegelijkertijd is er brede overeenstemming over thema’s als veiligheid, duidelijke communicatie en het belang van goede integratie. Een veelgehoorde klacht van de tegenstanders van een azc was dat zij in het onderzoek niet konden aangeven tegen de opvang van vluchtelingen te zijn.
Naast het onderzoek vonden in alle dorpen groepsgesprekken plaats onder begeleiding van Public Mediations. Daarbij spraken telkens zo’n zestien inwoners met elkaar, zonder aanwezigheid van bestuurders. Gespreksleider Amber Bosse zag dat het onderwerp diepe sporen had getrokken. „Er waren signalen dat mensen niet meer durfden te praten over migratie. Zowel bij voorstanders als tegenstanders. Het was of is nog steeds een taboeonderwerp op in de supermarkt en op verjaardagen.”
Volgens Bosse hadden inwoners, ongeacht hun mening, last van polarisatie. „Mensen vertelden dat ze in de supermarkt met de nek werden aangekeken of het onderwerp niet meer konden bespreken op verjaardagen. Veel mensen ervaarden dat.”
Toch bleek het mogelijk om tijdens de sessies open gesprekken te voeren. „Achteraf zeiden deelnemers dat het moeilijk is om uit je eigen bubbel te stappen, maar dat het hen hier wel lukte.”
In het onderzoek werd inwoners gevraagd naar hun voorkeuren in een scenario waarin opvang verplicht is. Een meerderheid kiest dan voor meerdere kleinere locaties, verspreid over de kernen, voor een periode van maximaal vijf jaar. Ook geven veel inwoners de voorkeur aan opvang van gezinnen boven alleenstaande mannen. Tegelijkertijd gaf een aanzienlijke groep – vooral uit de negatieve houding-groep – aan helemaal geen opvanglocaties te willen.
Geldens benadrukt dat dit onderzoek en de film die nu gemaakt wordt niet over specifiek over wel of niet een azc gaat, maar een inventarisatie en uitlaadklep is over het complexe onderwerp vluchtelingenopvang. Politieke keuzes over de mogelijke komst van een azc in de gemeente worden over de komende gemeenteraadsverkiezingen heen getild.
Het hele onderzoeksrapport is te lezen op www.sint-michielsgestel.nl/resultatenmigratie.










