Mama

Ik weet niet of het alleen dochters betreft, want ik heb geen jongens, maar ze maken me soms echt horendol. 

Het woord “mama” heeft in ons huishouden ook allang aan betekenis verloren. Het wordt zo vaak gebruikt, dat ik het soms zelfs hoor als ze het niet eens zeggen. En dan heb je ook nog diverse variaties. 

De máma, met nadruk, is als ze me nodig hebben. Of denken me nodig te hebben. Als ik dan antwoord, kunnen er een aantal dingen gebeuren. Soms reageren ze met een vraag. Dat is nuttig, want daar kan ik iets mee. Soms blijft het even stil, waarop ik nogmaals reageer (met “ja?”) en dan zeggen ze: laat maar. En heel soms lijken ze in een andere dimensie te verkeren, want als ik dan diverse keren gereageerd heb wat er aan de hand is, op ben gestaan en naar hen toe ben gelopen, volgt er - het uiterst frustrerende - “niks”. 

Jullie kennen vast ook de zeurderige variatie. De ma-ha-ma. Ik kan ook niet anders dan daar met een ja-ha-ha op reageren. Wat ze dan stom vinden en onaardig, want dan klink ik zo geïrriteerd. En die irritatie kennen ze zelf ook, want als ik sta te stofzuigen met de afzuigkap aan en niet na één keer al reageer op de ma-ha-ma, stormen ze de keuken binnen alsof ik hen moedwillig negeer (en ja, ook dát doe ik wel eens). 

Maar de ergste is deze. Ze zijn iets kwijt. Ze roepen mama. Daarna roepen ze: waar ligt zus en zo? Ik antwoord waar het ligt. Ze antwoorden: ik kan het niet vinden. Bij voorkeur ben ik in dit soort situaties een verdieping hoger of lager dan zij. Dus als ik dan maar hun kant op kom (want ik kan het blijkbaar altijd vinden), de trap bijna helemaal op of af ben, pas dán (en alleen maar dán), zeggen ze: oh nee, ik heb het al gevonden. 

Gelukkig is het bijna vakantie, want deze ma-ha-ma kan wel wat rust gebruiken!


Groetjes Sophie Fleur van de Ven