Viezigheidje


“Iedereen heeft zijn eigen viezigheidje,” zei mijn overgrootoma vroeger. Oftewel: iedereen heeft zijn persoonlijke, unieke gebreken. Dat is prima - leuk, zelfs - zolang niet iedereen hetzélfde viezigheidje heeft.

Sommige mensen jatten suikerzakjes bij openbare koffieautomaten. Dat kunnen wij als samenleving aan, zolang niet iedereen het doet. Anderen verdommen dan weer om hun winkelwagentjes terug te brengen na het doen van de boodschappen. Niet chique, maar vooruit. Het wordt pas een probleem zodra suikerzakjesdieven ook nog eens hun winkelkarretjes laten staan.

Diversiteit stelt ons in staat om die viezigheidjes te tolereren. Misschien zelfs te omarmen; suikerzakjes stelen heeft wel iets aandoenlijks.

Voorbeeldje: ik mag dan wel de meest hopeloze digibeet zijn die na de eeuwwisseling nog geboren durfde te worden, maar ik gebruik wel mijn richtingaanwijzer op rotondes.

Goed, dat is niet helemáál waar. Dat van de richtingaanwijzer wel, natuurlijk, maar niet over het zijn van een digibeet. Ik verlies de helft van mijn hersencapaciteit zodra ik Excel moet gebruiken, maar ik heb wel een paar heel zeldzame en super specifieke computer skills, die me een heuse typtovenares doen voelen: ik ken de sneltoetscodes voor ≠, º en €. Dat doen niet veel mensen me na. Vooral omdat er niet veel situaties zijn waarin deze kennis van pas komt. Als biologiestudent maak ik regelmatig gebruik van º, en € is handig omdat alles om geld gaat, maar ik moet toegeven dat de ≠ een beetje aan de nutteloze kant is.

Diversiteit kan goeddoen, maar uiteraard zijn er uitzonderingen. Taal, bijvoorbeeld. Als iedereen dezelfde taalfout maakt, dan wordt de fout goed, en wat goed was fout. Ik ken bijvoorbeeld iemand die vrij regelmatig “gezzelig” typt. Als we dat nu allemaal ook gaan doen, dan is dat niet fout meer. Zou dat niet veel gezzeliger zijn?

Een ander voorbeeld is het verkeer. Zo rijden Britten bijvoorbeeld allemaal aan de verkeerde kant van de weg, maar ach, zolang ze het écht allemaal doen…

Overdreven diversiteit is niet noodzakelijkerwijs de sleutel. In werkelijkheid draait het om balans, natuurlijk. Een schrijnend actueel voorbeeldd daarvan is de politiek.

Als iedereen hetzelfde stemt, dan krijg je een alleenheerser. De geschiedenisboeken vertellen ons dat dat niet zo’n goed idee is. Anderzijds wil je ook niet alleen maar splinterpartijen. Van splinters kun je geen plank maken. En dat is wat wij Nederlanders willen: een plank, voor de premier om mis te slaan.

En die viezigheidjes? Daarvan heb je er in de politiek toch wel genoeg.