
Paul Spierings na Dakar 2026: ‘Winnen zat erin, pech besliste anders’
NieuwsSINT-MICHIELSGESTEL – Een jaar lang leefde hij ernaartoe. Alles stond in het teken van Dakar 2026. Paul Spierings ging niet naar Saudi-Arabië om ervaring op te doen of om ‘mooi mee te rijden’. Het doel was helder en uitgesproken; het algemeen klassement winnen. Dat lukte niet. Niet omdat hij snelheid tekortkwam, maar omdat de zwaarste rally ter wereld opnieuw liet zien waarom die zo onvoorspelbaar is.
Nog maar net terug in Sint-Michielsgestel is van een leegte nauwelijks sprake. Drie dagen ging de telefoon uit, daarna begon het werk direct weer. De spullen moeten terugkomen, de werkplaats wordt opnieuw ingericht en met het team wordt alles geëvalueerd. Wat ging goed, wat kan beter, en vooral; wat ging fout en mag niet meer gebeuren. “Als je niet werkt, heb je geen geld. Dus je moet gewoon bezig blijven,” aldus Spierings, thuis aan de tafel achter een mok koffie. Die mentaliteit typeert de rallyrijder. Dakar mag dan het hoofddoel van het jaar zijn, het is tegelijk ook de eerste ronde van het wereldkampioenschap rally-raid. De kalender ligt alweer klaar. In maart wacht Portugal, in mei Argentinië. “Dat vraagt voorbereiding. Daar ben ik nu mee bezig.”
Dakar is altijd onvoorspelbaar, voor mens en machine
Met een dubbel gevoel kijkt Spierings terug op Dakar 2026. De ambitie was het podium, liefst de winst. “Maar Dakar is altijd onvoorspelbaar, voor mens en machine.” In de eerste dagen kreeg hij het volle gewicht van die realiteit te voelen. Een koprol zorgde voor zware schade aan zijn wagen. Alsof dat niet genoeg was, brak ook een bovenarm van de ophanging, een cruciaal onderdeel van de auto. Het kostte veel tijd om dat te vervangen. Daarbovenop kwamen problemen met de turbo en de intercooler.
“Dat hakte erin,” erkent Spierings. “Daar verliezen we gewoon veel tijd. De auto was splinternieuw, alle onderdelen zaten binnen de toegestane kilometer- en rijuren. Een gescheurde lasnaad in een intercooler kan net zo goed in de eerste 500 kilometer ontstaan als in de laatste. Achteraf is het fout. Maar vooraf is het niet altijd te voorkomen.”
![]()
Wat het extra wrang maakt, is hoe sterk het allemaal begon. Spierings won de proloog, die weliswaar slechts de startpositie bepaalt, maar in 22 kilometer al kan beslissen over je hele rally. “Je kunt daar ook je auto afschrijven.” Ook de eerste echte etappe schreef hij op zijn naam, al bleef die overwinning niet staan door een tijdstraf van 1 minuut en 10 seconden voor te hard rijden in een 50-zone. “Dat is ons eigen fout, van mij en mijn navigator. Dat hoort bij het spel.”
Soms valt het kwartje jouw kant op, soms niet
Na de mechanische problemen van de eerste week keerde het tij. In de tweede week reed Spierings zoals hij zichzelf ziet: scherp, gecontroleerd en snel. Hij behaalde meerdere topklasseringen, won twee etappes en schreef opnieuw de zwaarste rit van de rally op zijn naam. Navigeren en rijden gingen vrijwel foutloos. “Het rijden was goed. We maakten weinig tot geen fouten.” De frustratie zit hem vooral in het besef dat het erin zat. “Er was niemand beter in het veld dan ik. Er zat alleen meer geluk bij anderen. Dat is Dakar. Soms valt het kwartje jouw kant op, soms niet. Nu zat de pech bij mij.”
De knop omzetten bleek geen probleem. Spierings ziet daarin de kracht van zijn ondernemersmentaliteit. “Als je vandaag een verkeerde keuze maakt en je verliest morgen een miljoen, kun je een week gaan zitten janken. Dan komt het miljoen niet terug. Wie wil winnen, moet door. Die houding trek ik door naar het team. Als ik mijn oren laat hangen, doet de rest dat ook. Ik ben de motivator.” Dakar vraagt meer dan sportieve kwaliteiten alleen. De kosten zijn hoog, de organisatie complex, het materiaal doorslaggevend. “Ondernemerschap is hier geen bijzaak, het is een voorwaarde. In de auto ben ik puur sportman. Maar daarbuiten telt het complete plaatje: team, materiaal, sponsors en uitstraling.”
Negatieve lessen worden intern gehouden. Niet omdat ze er niet zijn, maar omdat hij gelooft in positiviteit naar buiten toe. “Alles wat je doet heeft verbeterpunten. Maar die hoef je niet aan de grote klok te hangen. Wat telt is het resultaat. Een sterke tweede week, etappezeges en het bewijs dat ik mee kan strijden om de winst.” Dakar noemt hij zelf een obsessie. “Zoals een verslaving. Volgend jaar komen we terug. Dan zorgen we dat alles klopt en dat we op het podium staan. Mits we het voor elkaar krijgen met de sponsoren. Dat blijft het moeilijkste.”
