In je hart
De voorjaarsvakantie is nog maar net afgelopen of de eerste krokussen steken alweer hun paarse kopjes boven de grond uit. Alsof ze willen zeggen de lente komt eraan. Om vervolgens te ontdekken dat het nog stervenskoud is en ze nog beter even hadden kunnen wachten.
Op zolder liggen de carnavalsspullen weer gewassen in een doos. De één werd superblij van carnaval, de ander vierde het op zijn manier en de jongste die bleef liever thuis. Aan de keukentafel ontstond er een discussie. Zo één die begon bij niks en eindigde in alles. Tot de jongste ineens zei: “Je moet doen wat je in je hartje raakt”. Zo’n zin die voelt alsof er een oude wijze ziel aan tafel zit in plaats van een opgroeiende puber.
Neem het verkleedgedoe. De één wilde als frietje, terwijl de ander het voor schut vond. Hij had liever een jasje met emblemen. “Als je dat doet omdat iedereen het heeft, dan heb je ook nul creativiteit”. “Ja nou en, als ik nou eens gewoon niet wil opvallen”
Ergens hadden ze allebei gelijk. Het gaat er niet om hoe je verkleed gaat, het gaat erom dat je zelf blij wordt van je keuze. Zonder dat je het doet omdat er groepsdruk boven je hoofd hangt.
Uiteindelijk bleef vooral de zin van de jongste hangen. Dat we mogen doen waar ons hart van gaat stuiteren. Dat doen we vaak veel te weinig. Ook ikzelf en veel volwassenen zijn vaak drukker met wat anderen van ons vinden, dan doen wat ons zelf gelukkig maakt.
Eerlijk? Als je bij iedereen in de smaak wil vallen dan moet je banketbakker worden. Dus of je nu verkleed ging als frietje of liever een jasje aan had met emblemen of iets totaal anders. Doe vooral waar jij gelukkig van wordt in het leven en waar jouw hart van gaat zingen.