
Column Suzanne: Onthuftering
Human InterestIk las laatst over een onderzoek naar verhuftering. Dat woord alleen al maakt het wat mij betreft Nobelprijs-waardig. Ik wist niet dat je dat woord zomaar mocht gebruiken.
Volgens het HCSS (Hague Center for Strategic Studies) ziet bijna 90% van de Nederlanders verhuftering als een bedreiging voor de samenleving. De grootste zorgen bestaan over mensen die doen alsof regels niet voor hen gelden, gevolgd door respectloosheid. De nummer drie in deze ranking verschilt per leeftijdscategorie: 50-minners zijn bezorgd om mensen die anderen als minderwaardig behandelen, terwijl 50-plussers zich meer druk maken om mensen die hun cultuur opdringen.
Dit wekt toch wel de indruk dat er een heleboel hufters rondlopen. Wie dat dan precies zijn blijft een mysterie, want de meesten houden vol er zelf geen aandeel in te hebben. Maar liefst driekwart van de gevraagden zegt zelf helemaal geen of nauwelijks een bijdrage te leveren aan verhuftering.
Nou, tijd om uit de kast te komen: ik ben een hufter. Wie dit leest is dat waarschijnlijk ook. Op z’n minst een beetje.
Eerlijk gezegd heb ik best een sterk moreel kompas. Ik geef richting aan op rotondes. Ik laat geen afval slingeren en als het even kan ruim ik dat van anderen ook op. Ik parkeer binnen de lijntjes. Ik laat geen winkelwagentjes op de parkeerplaats staan.
Kortom, ik doe mijn best. Toch weet ik vrijwel zeker dat ik anderen regelmatig goed dwarszit, al dan niet onbewust. Eerlijk is eerlijk, ik kan me best voorstellen dat je mij liever niet op de fiets tegen wilt komen als ik na negen uur studeren van de universiteit naar huis ga. Dat betekent dat ik sowieso vijf dagen per week een kandidaat-hufter ben.
Tegelijkertijd ben ik er ook vrij zeker van dat een heleboel mensen die míj irriteren helemaal geen kwaad in de zin hebben. Ik vind het al vervelend als er iemand langzaam voor me loopt, dus veel is er niet voor nodig.
Misschien is een beetje gehufter onvermijdelijk en zelfs oké, zolang er ook maar genoeg onthufterd wordt. Zo maak ik er bijvoorbeeld een gewoonte van om de boiler van de koffiemachine alvast op te laten warmen als ik even na acht uur ’s ochtends op de universiteit aankom. Zelf neem ik dan nog geen koffie, maar ik hoop dat degenen na mij er plezier van hebben. In ruil daarvoor zou ik het waarderen als anderen een beetje doorlopen. Het is geven en nemen. Doen jullie mee?
Suzanne










