Afbeelding

Natuur om de hoek: Vogels tellen

Nieuws

Columns schrijven over natuur is een aangename bezigheid, maar het is goed om te beseffen hoeveel werk van anderen er voorafgaat aan het kunnen schrijven van een goede column. Ik ga iets uitleggen over een onderdeel van al het werk dat wordt uitgevoerd om iets over vogels en vogelgedrag te kunnen zeggen.

Elk jaar in begin maart beginnen over heel Nederland groepen vrijwilligers de aantallen broedvogels in een bepaald gebied te tellen. Elke groep telt tot eind juni zo’n acht keer het aan hen toegewezen gebied. Dat betekent zo’n acht keer een uur voor zonsopgang in het veld zijn en dan elke vogel die gehoord of gezien wordt in te voeren in een programma van het SOVON, de landelijke overkoepelende organisatie voor vogeltellingen.

Als een bepaald gebied een aantal jaar achtereen geteld wordt (zeg minimaal vijf jaar, het liefst langer), ontstaat een beeld van een gebied over toe- en afname van een bepaalde soort maar ook over het verdwijnen van soorten of juist nieuwe soorten die zich vestigen..

Een voorbeeld: in een gebied worden al jaren zo’n vier territoria geteld van boomklevers (zie foto), een soort die gebonden is aan oudere bossen. Plotseling blijkt het aantal in een jaar lager te liggen, er worden nog maar twee territoria geteld. Als we dan ook weten dat er in dat gebied veel oude bomen omgehakt zijn voor houtoogst, is te begrijpen dat er minder boomklevers zijn; er zijn gewoonweg ineens veel goede nestgelegenheden verdwenen.

Met het verzamelen van al die data ontstaat over heel Nederland een beeld van de veranderingen die optreden in onze vogelstand. Voor de bossen in onze gemeente betekent dat bijvoorbeeld dat doordat de leeftijd van het bos hoger wordt er nieuwe soorten als de bonte vliegenvanger, de gekraagde roodstaart en de zwarte mees zich vestigen omdat het bos aan hun wensen begint te voldoen: meer nestholtes maar bijvoorbeeld ook meer insectensoorten die voor de jongen van deze soorten van levensbelang zijn.

Het hier genoemde telwerk is slechts een deel van al het telwerk dat wordt gedaan. Er vinden specifieke tellingen naar roofvogels plaats, nestkasten worden geïnventariseerd enz. Heel langzaam culmineert al die kennis tot bruikbare inzichten om onze natuur te ondersteunen. Wat daarbij heel mooi is om te zien, is dat ook mensen die op allerlei beleidsfuncties zitten op het vlak van natuur, vaak ook nog betrokken zijn bij het telwerk dat wordt uitgevoerd. Dat versterkt dan ook weer de kracht van de verzamelde data.

Kees van der Lee

Lees ook